Lezing voor imkervereniging Haaksbergen

Henk Kok, secretaris van DDB, heeft op uitnodiging van Erwin Lankheet in Haakbergen op 10 december 2013 een lezing over varroatolerante bijenvolken gehouden.

Imker Erwin Lankheet heeft in 2013 de mijtval op de bodemlade gevolgd en samen met Henk de groeifactor van de mijtpopulatie in zijn bijenvolken berekend. Een en ander is tijdens de lezing toegelicht.

In totaal hebben 28 personen de lezing bijgewoond. De aanwezigen kwamen uit Varsseveld, Enschede, Hengelo, Delden en Haaksbergen. Een van de aanwezigen kwam zelfs uit Duitsland. Het volledige verslag is te vinden op de website van de imkervereniging Haaksbergen.

Plannen 2013: een (bijna) nieuwe koers

2013 staat in het teken van een nieuwe koers. In dit jaar willen we imkers actiever betrekken bij het onderzoek naar varroatolerantie in de Nederlandse populatie bijenvolken. We vragen imkers in het voorjaar en de vroege zomer de ontwikkeling van de mijtpopulatie te volgen in hun eigen bijenvolken.

Onze ervaring leert dat er tussen de volken van één stand verschillen zijn in het aantal mijten dat per dag op de bodemplank valt. Als de mijtval/dag gedurende een aantal maanden wordt geteld krijgen we een indruk van de groei van de mijtpopulatie. De groei verschilt per bijenvolk. We verwachten dat deze verschillen ook door andere imkers gevonden worden. Natuurlijk gaat het om de verschillen in mijtval/dag van gewone, zich goed ontwikkelende bijenvolken met een normaal broednest en honingproductie.

Ook in 2013 worden er weer jonge moeren geteeld van de in 2012 geteste koninginnen. De jonge moeren worden voor bevruchting naar Neeltje Jans gebracht.

De volken die in 2013 de darren zullen leveren voor de bevruchting op Neeltje Jans zijn ingewinterd. De darrenvolken zijn geselecteerd omdat ze een geringe groei van de mijtpopulatie laten zien.

De in 2012 geboren en op Neeltje Jans bevruchte koninginnen worden in 2013 op varroatolerante eigenschappen.

De koninginnen waarvan in 2012 is nageteeld en de op Neeltje Jans geplaatste darrenvolken zijn volgens ons protocol getest en hebben in 2011 een geringere groei van de mijtpopulatie laten zien.

Eerste symposium 2013 groot succes

Het aantal inschrijvingen overtrof al onze verwachtingen. Samen met de genodigden was de zaal vol en werd het een echte imkersbijeenkomst met volop ruimte voor discussie en kritische vragen.

Varroatolerante volken bestaan écht, ook in Nederland

Aan het einde van de dag kunnen we concluderen dat er ook onder onze populatie bijenvolken varroatolerante volken aanwezig zijn. Het onderzoek van Bijen@WUR op Tiengemeten en in de Amsterdamse Waterleidingduinen laat zien dat volken ook overleven als niet bestreden wordt. In de overlevende volken lijkt de voortplanting van de varroamijt verminderd.

De geringe wintersterfte in de Texelse Apis mellifera mellifera volken lijkt ook verklaard te kunnen worden door een geringe voortplanting van de varroamijt in het broed. Interessant is de opmerking van Romée van der Zee dat een kleine verhouding broednestgrootte/aantal bijen hierin bepalend zou kunnen zijn.

Landbevruchtingsstation in Duitsland

De presentatie van Ralph Buechler laat zien dat door samenwerking van imkers en onderzoekers het mogelijk is om op grote schaal varroatolerante volken te selecteren en te vermeerderen. In Duitsland zijn er nu diverse landbevruchtingstations met vele varroatolerante darrenvolken.

Methoden en erfelijkheid

Uit ander internationaal onderzoek blijkt dat het Varroa-Selectieve-Hygiene (VSH) kenmerk bepaald wordt door 2 genen. Dit gegeven maakt het mogelijk gericht te selecteren op volken met het VSH kenmerk. Essentiëel in het selectie proces zijn de testmethoden waarmee het kenmerk kan worden herkend. De presentatie van Pim Brascamp was hierin helder: voor de imker moet de testmethode eenvoudig en eenduidig zijn. Het onderzoek kan werken met complexere testmethoden. Een en ander zou in de toekomst gecoördineerd kunnen worden door Arista Bee Research, een door Bart-Jan Fernhout opgerichte stichting met als doel het selecteren en vermeerderen van varroaresistente bijenvolken. Arista Bee Research is een ambitieus project dat door DDB van harte wordt ondersteund.

Kritische vragen aan DDB

De presentaties van DDB bestuursleden Egbert Touw en Henk Kok zijn goed maar ook kritisch ontvangen. Voor de selectie van bijenvolken hanteren wij als criterium het aantal mijten dat dagelijks op de varroabodem valt. De verschillen in groei van de mijtval gedurende het seizoen vormen een criterium dat verschillen tussen de volken op één stand zichtbaar maakt. Een geringe mijtval kan aanleiding zijn om het volk niet te bestrijden en hiervan verder te telen.

Op het gebruik van de mijtval/dag als een bruikbaar criterium kwam kritiek: het is veel werk en kan niet door alle imkers toegepast worden. Bovendien is het niet duidelijk hoe de getallen te verwerken en ook het protocol van DDB is niet helder. Kortom, voor ons werk aan de winkel: er is nog veel uit te leggen. In de komende maanden zullen we hieraan extra tijd besteden zodat we tijdens de studiedagen van de NBV hieraan extra aandacht kunnen geven.

Studiedag 24 januari 2016

De consequenties van niet bestrijden

Egbert Touw

Een imker die besluit om niet meer te behandelen tegen de varroamijt dient rekening te houden met, onder andere, de hieronder genoemde factoren omdat deze van invloed kunnen zijn op het al dan niet overleven van een bijenvolk.

Het gedrag van honingbijen is voor een deel genetisch bepaald en voor een deel door omgevingsfactoren. Zo wordt het gedrag lokaal beïnvloed door:

  • de bijen in het betreffende volk;
  • andere volken op de bijenstand;
  • de bijen van de buurman;
  • lokale dracht (stuifmeel en nectar);
  • weersomstandigheden;
  • landbouw;
  • kwaliteit oppervlaktewater;
  • bedrijfsmethode van de imker.

Bijenvolken kunnen overleven zonder te bestrijden. Daarvan zijn verschillende voorbeelden te vinden (lees meer).

De Duurzame Bij is in 2014 gestart met onderzoek in hoeverre de varroatolerante eigenschappen van de zwarte bij gebruikt kunnen worden om op het vasteland populaties zwarte bijen op te bouwen met varroatolerante karakteristieken. Op deze wijze draagt De Duurzame Bij bij aan het behoud van de zwarte bij en aan de behoefte van een steeds groter wordende groep imkers die op een natuurlijke wijze (zonder chemie) oorspronkelijke West-Europese bijen willen houden.

Lees meer over de zwarte bij: presentatie Dylan Elen.

Studiedag 11 februari 2017

De studiedag van 11 februari was een succes mede dankzij het feit dat het bestuur, na een zoektocht van een aantal jaren, een heldere koers kon presenteren. In korte presentaties door de diverse bestuursleden (MB,ET, HK, JvP) zijn de activiteiten en plannen uitgelegd. Een en ander resulteerde in een levendige discussie tussen de 35 deelnemers en het bestuur van de DDB.

Uiteraard staat voorop dat we met varroatolerante/-resistente bijenvolken willen werken. Het DDB bestuur heeft er alle vertrouwen in dat bijenvolken kunnen overleven ook al lopen er varroamijten in rond. Het selectiekenmerk is een geringe groei van de varroapopulatie (presentatie Henk Kok). Voor de vermeerdering van varroatolerante bijenvolken gebruiken we het bevruchtingsstation Neeltje Jans waar wij geselecteerde darren leverende volken neerzetten.

Wij zien het bepalen van de groei van de mijtpopulatie aan de hand van de groei van de dagelijkse mijtval als een, voor imkers, werkbaar selectie criterium. De presentatie van Job van Praagh maakt duidelijk dat de dagelijkse mijtval het gevolg is van (1) het gedrag van het volk als organisch geheel (2) de erfelijke eigenschappen van zustergroepen en (3) omgevingsfactoren.

De omgevingsfactoren moeten we ruimer zien dan drachtbronnen, ook de imker, bedrijfsmethode, is voor het bijenvolk een factor van belang. Egbert Touw onderzoekt, samen met een aantal Helmondse imkers, of bijenvolken op kleine cellen de groei van de mijtpopulatie onderdrukken.

We hebben gekozen om verder te gaan met de ‘zwarte’ Apis mellifera mellifera bij, niet in de laatste plaats dankzij de contacten met de Texelse imker Jaco van de Ree en Belgische ‘zwarte bij’ imkers (https://limburgsezwartebij.be) en de internationale contacten met SICAMM www.sicamm.org.

We gaan verder als stichting, maar geïnteresseerde imkers kunnen zich aanmelden bij diverse werkgroepen.

Samen Imkeren

Marleen Boerjan vertelt in dit filmpje, samen met Coby van Dooremalen van Bijen@WUR, over Samen Imkeren, het onderzoeksproject van Bijen@WUR waaraan DDB deelneemt.

De doelen van het Samen Imkeren onderzoek zijn:

  1. Verkrijgen van kennis over de gebruikswaarde van verschillende resistente populaties bijenvolken ten opzichte van reguliere (controle) bijenvolken, inclusief het basisniveau van mijten waarop een volk overleven kan.
  2. Ervaring opdoen met het gezamenlijk houden van verschillende populaties resistente en niet-resistente volken op één bijenstand.
  3. Onderling uitwisselen van kennis over de manier van imkeren tussen de verschillende deelnemende initiatieven.
  4. Aandacht genereren voor het imkeren met varroa-resistente bijenvolken en het niet bestrijden tegen mijten.

De proef loopt naar verwachting tot april 2019.

Plannen en koers van DDB 2018

Het huidige bestuur, Marleen Boerjan, Henk Kok en Egbert Touw, zet het werk voort, maar nu met meer aandacht voor de zwarte bij Apis mellifera mellifera en minder voor Apis mellifera Primorsky.

De zwarte bij is de honingbij die oorspronkelijk, vóór de import van carnica en Buckfast honingbijen, in ons land voorkwam en waarvan er nu nog bijna zuivere volken op Texel zijn. Voor De Duurzame Bij zijn dit belangrijke redenen om met Apis mellifera mellifera volken verder te gaan.

Aan de hand van de specifieke morfologische kenmerken van de zwarte bij (pantserkleur, cubitaalindex en discoidaalverschuiving van aders in de vleugels) kunnen we de zuiverheid van de Apis mellifera mellifera volken testen (www.ahw.me/a1/honingbijmorfologie.pdf).

In tegenstelling tot wat imkers denken zijn ‘zwarte’ volken rustig. Zie bijvoorbeeld het filmpje dat Mathijs Herremans maakte van zijn volkje Texelse bijen https://youtu.be/iJqkAxcj1T8.

Koninginnenteelt Zwarte Bij

Sinds de zomer van 2015 plaatsen we elk jaar Apis mellifera mellifera darrenvolken op Neeltje Jans. Neeltje Jans is een landbevruchtingstation voor de bevruchting van dochters van op varroatolerantie geteste koninginnen.

Uitgangspunten en Werkwijze van De Duurzame Bij

Selectiecriteria voor varroa-tolerantie:

  • Morfologische kenmerken van Apis mellifera mellifera.
  • Bijenvolken overleven zonder enige vorm van bestrijding en laten een normale voorjaarsontwikkeling zien.
  • In het najaar en in het voorjaar bepalen we voor elk volk de snelheid waarmee de mijten zich vermenigvuldigen. Deze groeifactoren worden berekend aan de hand van het regelmatig tellen gedurende een aaneengesloten periode van minimaal 90 dagen van de gevallen mijten op de onderlegger. Lees meer op website www.rfibee.nl. Op deze website kunt u ook uw eigen telgegevens invoeren.
  • Daarnaast berekenen we ook de zogenaamde uitruimindex: de verhouding tussen het aantal gevallen witte antennes en het aantal gevallen mijten.

Marleen Boerjan nieuwe voorzitter SICAMM

Tijdens de SICAMM conferentie van 12 tot 15 juli 2018 in Helsinki is DDB voorzitter Marleen Boerjan gekozen tot de nieuwe voorzitter van SICAMM. Van harte gefeliciteerd, Marleen! Met deze benoeming is de betrokkenheid van DDB met de zwarte bij als uitgangsmateriaal voor de selectie op varroatolerantie nadrukkelijk over het voetlicht gebracht.

SICAMM is de Societas Internationalis pro Conservatione Apis melliferae melliferae.

Bevruchtingsresultaat Neeltje Jans 2018

Een goed bevruchtingsresultaat voor de eerste periode op Neeltje Jans, ongetwijfeld als gevolg van het -voor de bevruchting- gunstige weer: 85%!

De tweede bevruchtingsperiode op Neeltje Jans heeft een bevruchtingspercentage van 57% opgeleverd, lager dan de 85% van de eerste periode, maar in lijn met het langjarige gemiddelde. In totaal werden 28 koninginnen aangeleverd, waarvan 16 bevrucht zijn.

Zodra er resultaten van vleugelmetingen aan volken van deze koninginnen bekend zijn zullen wij die op deze plaats publiceren.