Alle berichten van Wietse Bruinsma

Teeltperiodes Neeltje Jans 2019

De DDB is voornemens in 2019 drie teeltperiodes te organiseren op bevruchtingsstation Neeltje Jans.

Periode 1 (weken 22, 23 en 24):

Overlarven Donderdag 9 mei
Naar pleegvolkVrijdag 10 mei
InkluizenDinsdag 14 mei
Uitlopen koninginnenDinsdag 21 mei
Wegbrengen naar Neeltje JansZaterdag 25 mei
OphalenVrijdag 14 juni

Periode 2 (weken 25, 26 en 27):

Overlarven Donderdag 30 mei
Naar pleegvolkVrijdag 31 mei
InkluizenDinsdag 4 juni
Uitlopen koninginnenDinsdag 11 juni
Wegbrengen naar Neeltje JansZaterdag 15 juni
OphalenVrijdag 5 juli

Periode 3 (weken 28, 29 en 30):

Overlarven Donderdag 20 juni
Naar pleegvolkVrijdag 21 juni
InkluizenDinsdag 25 juni
Uitlopen koninginnenDinsdag 2 juli
Wegbrengen naar Neeltje JansZaterdag 6 juli
OphalenVrijdag 27 juli

Overlarflocatie: bijenstal Veenendaalse Bijenvereniging, Grebbeweg 3a, Veenendaal.

Zie ook de voorwaarden voor plaatsing op Neeltje Jans in 2019.

Studiedag 24 januari 2016

De consequenties van niet bestrijden

Egbert Touw

Een imker die besluit om niet meer te behandelen tegen de varroamijt dient rekening te houden met, onder andere, de hieronder genoemde factoren omdat deze van invloed kunnen zijn op het al dan niet overleven van een bijenvolk.

Het gedrag van honingbijen is voor een deel genetisch bepaald en voor een deel door omgevingsfactoren. Zo wordt het gedrag lokaal beïnvloed door:

  • de bijen in het betreffende volk;
  • andere volken op de bijenstand;
  • de bijen van de buurman;
  • lokale dracht (stuifmeel en nectar);
  • weersomstandigheden;
  • landbouw;
  • kwaliteit oppervlaktewater;
  • bedrijfsmethode van de imker.

Bijenvolken kunnen overleven zonder te bestrijden. Daarvan zijn verschillende voorbeelden te vinden (lees meer).

De Duurzame Bij is in 2014 gestart met onderzoek in hoeverre de varroatolerante eigenschappen van de zwarte bij gebruikt kunnen worden om op het vasteland populaties zwarte bijen op te bouwen met varroatolerante karakteristieken. Op deze wijze draagt De Duurzame Bij bij aan het behoud van de zwarte bij en aan de behoefte van een steeds groter wordende groep imkers die op een natuurlijke wijze (zonder chemie) oorspronkelijke West-Europese bijen willen houden.

Lees meer over de zwarte bij: presentatie Dylan Elen.

Studiedag 11 februari 2017

De studiedag van 11 februari was een succes mede dankzij het feit dat het bestuur, na een zoektocht van een aantal jaren, een heldere koers kon presenteren. In korte presentaties door de diverse bestuursleden (MB,ET, HK, JvP) zijn de activiteiten en plannen uitgelegd. Een en ander resulteerde in een levendige discussie tussen de 35 deelnemers en het bestuur van de DDB.

Uiteraard staat voorop dat we met varroatolerante/-resistente bijenvolken willen werken. Het DDB bestuur heeft er alle vertrouwen in dat bijenvolken kunnen overleven ook al lopen er varroamijten in rond. Het selectiekenmerk is een geringe groei van de varroapopulatie (presentatie Henk Kok). Voor de vermeerdering van varroatolerante bijenvolken gebruiken we het bevruchtingsstation Neeltje Jans waar wij geselecteerde darren leverende volken neerzetten.

Wij zien het bepalen van de groei van de mijtpopulatie aan de hand van de groei van de dagelijkse mijtval als een, voor imkers, werkbaar selectie criterium. De presentatie van Job van Praagh maakt duidelijk dat de dagelijkse mijtval het gevolg is van (1) het gedrag van het volk als organisch geheel (2) de erfelijke eigenschappen van zustergroepen en (3) omgevingsfactoren.

De omgevingsfactoren moeten we ruimer zien dan drachtbronnen, ook de imker, bedrijfsmethode, is voor het bijenvolk een factor van belang. Egbert Touw onderzoekt, samen met een aantal Helmondse imkers, of bijenvolken op kleine cellen de groei van de mijtpopulatie onderdrukken.

We hebben gekozen om verder te gaan met de ‘zwarte’ Apis mellifera mellifera bij, niet in de laatste plaats dankzij de contacten met de Texelse imker Jaco van de Ree en Belgische ‘zwarte bij’ imkers (https://limburgsezwartebij.be) en de internationale contacten met SICAMM www.sicamm.org.

We gaan verder als stichting, maar geïnteresseerde imkers kunnen zich aanmelden bij diverse werkgroepen.

Samen Imkeren

Marleen Boerjan vertelt in dit filmpje, samen met Coby van Dooremalen van Bijen@WUR, over Samen Imkeren, het onderzoeksproject van Bijen@WUR waaraan DDB deelneemt.

De doelen van het Samen Imkeren onderzoek zijn:

  1. Verkrijgen van kennis over de gebruikswaarde van verschillende resistente populaties bijenvolken ten opzichte van reguliere (controle) bijenvolken, inclusief het basisniveau van mijten waarop een volk overleven kan.
  2. Ervaring opdoen met het gezamenlijk houden van verschillende populaties resistente en niet-resistente volken op één bijenstand.
  3. Onderling uitwisselen van kennis over de manier van imkeren tussen de verschillende deelnemende initiatieven.
  4. Aandacht genereren voor het imkeren met varroa-resistente bijenvolken en het niet bestrijden tegen mijten.

De proef loopt naar verwachting tot april 2019.

Marleen Boerjan nieuwe voorzitter SICAMM

Tijdens de SICAMM conferentie van 12 tot 15 juli 2018 in Helsinki is DDB voorzitter Marleen Boerjan gekozen tot de nieuwe voorzitter van SICAMM. Van harte gefeliciteerd, Marleen! Met deze benoeming is de betrokkenheid van DDB met de zwarte bij als uitgangsmateriaal voor de selectie op varroatolerantie nadrukkelijk over het voetlicht gebracht.

SICAMM is de Societas Internationalis pro Conservatione Apis melliferae melliferae.

Bevruchtingsresultaat Neeltje Jans 2018

Een goed bevruchtingsresultaat voor de eerste periode op Neeltje Jans, ongetwijfeld als gevolg van het -voor de bevruchting- gunstige weer: 85%!

De tweede bevruchtingsperiode op Neeltje Jans heeft een bevruchtingspercentage van 57% opgeleverd, lager dan de 85% van de eerste periode, maar in lijn met het langjarige gemiddelde. In totaal werden 28 koninginnen aangeleverd, waarvan 16 bevrucht zijn.

Zodra er resultaten van vleugelmetingen aan volken van deze koninginnen bekend zijn zullen wij die op deze plaats publiceren.

Teeltverslag 2018

Neeltje Jans

Dit jaar zijn naast Neeltje Jans voor het eerst het Leuvenumse Bos (eigendom van Natuurmonumenten) en een particulier terrein in Tersoal ten zuiden van Leeuwarden gebruikt om zwarte koninginnen aan te paren.

Dit station is volgens planning 2 keer 3 weken bezocht.
Bevruchtingsresultaat sessie 1: 17 van de 20 koninginnen bevrucht: 85%. Een prima resultaat, ongetwijfeld toe te schrijven aan de gunstige weersomstandigheden tijdens de eerste periode.
Bevruchtingsresultaat sessie 2: 16 van de 28 koninginnen bevrucht: 57%. Dit resultaat ligt in lijn met het langjarige gemiddelde voor Neeltje Jans.
Er was dit jaar veel dracht van liguster, distel en heggerank. Tijdens de tweede periode bloeide ook veel Sedum.

Leuvenumse Bos

Het bevruchtingsresultaat van de eerste (en enige) periode voor dit experimentele bevruchtingsstation is nog niet bekend, maar bij enkele nakomelingen zijn gele bandjes gesignaleerd, wat geen goed voorteken is.

Verrassend was dat de volken in dit heide-/bosgebied in deze periode toch met stuifmeel binnenkwamen. De darrenvolken zijn in ieder geval niet slechter thuisgekomen dan ze erheen gegaan zijn.

Tersoal (Terzool), Friesland

Dit experimentele bevruchtingsstation is bezocht met 15 jonge moeren, alle van Henk Kok. Het bevruchtingsresultaat is nog niet bekend.

Het volledige verslag is hier na te lezen.

Overleg over de zwarte bij 24 november 2018

Op 24 november jl. vond in Austerlitz een bijeenkomst plaats georganiseerd door De Duurzame Bij onder de titel Hoe gaan we verder met de zwarte bij?

Uitgenodigd waren partijen in Nederland en België die op de een of andere wijze betrokken zijn bij het behoud van de zwarte bij. In totaal waren er 34 deelnemers, die informatie over hun activiteiten en hun zienswijze deelden met de aanwezigen.

De insteek was te komen tot een nauwere samenwerking en meer uitwisseling tussen de verschillende groepen.

In de komende maanden gaan een aantal werkgroepen de plannen nader uitwerken. Aandachtspunten zijn: 1. Organisatievorm. 2. Koninginnenteelt. 3. Protocol voor vaststelling van raszuiverheid. 4. Communicatie.

Lees het verslag hier.